BIOGRAFIE
VOOR DE OORLOG
Albert Schweitzer werd vooral bekend door Lambaréné, het ziekenhuis in Gabon in Centraal-Afrika, waar hij het grootste deel van zijn leven heeft doorgebracht. Hij wordt geboren op 14 januari 1875 in Kaysersberg, een klein plaatsje in de Elzas. Albert Schweitzer was een ziekelijk kind, wat men de sterke, gezonde man van later niet zou aangeven. Hij was ook, en dat is nog vreemder, laat met lezen en schrijven, en hij leerde slecht. Daarom dwong hij zichzelf, toen hij opgroeide, om juist die onderwerpen te leren beheersen, die moeilijk voor hem waren, zoals Hebreeuws. Op muzikaal vlak was hij wel zeer begaafd. Toen hij 7 was, had hij reeds een psalm gecomponeerd.

Hij komt tot het besluit dat hij zich wil wijden aan het welzijn van de mensheid. Op zijn dertigste pakt hij daarom een vierde studie op. Het is inmiddels 1905. Schweitzer gaat medicijnen studeren aan de universiteit van Straatsburg om daarna als arts te kunnen werken in Afrika. Na het beëindigen van zijn medische studies in 1913, vertrok hij met zijn echtgenote, Hélène Bresslau, naar Lambaréné in Gabon om daar een ziekenhuis te bouwen, in de buurt van een sinds 1872 bestaande zendingspost van het Amerikaanse Presbyteriaanse Zendingsgenootschap. Er is hier verder helemaal niets, alleen een schuur die ingericht kan worden als ziekenhuis. Daar heeft hij letterlijk duizenden mensen behandeld en geopereerd. Er was voorheen in die regio nog geen arts voorhanden en jarenlang was Schweitzer de enige in het hele ziekenhuis.
DE EERSTE WERELDOORLOG
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en omdat hij Duitser was op Frans territorium werd hij officieel krijgsgevangen verklaard. Albert Schweitzer en zijn vrouw Hélène moeten hun werk opgeven. Na een aantal maanden huisarrest mocht hij, omdat de mensen nu van medische zorg verstoken waren, zijn werk in het ziekenhuis hervatten. In 1917 werden hij en zijn vrouw alsnog als krijgsgevangenen geïnterneerd in Frankrijk, aanvankelijk in een klooster in Garaison en later, in 1918, in St. Remy in de Provence, eveneens in een oud klooster met ziekenhuis, waar destijds Vincent van Gogh een tijdlang is opgenomen geweest. Schweitzer nam al zijn gedwongen rustperioden te baat om verder te werken aan onder andere zijn "Cultuur en Ethiek". Hij zag deze wereldoorlog als een teken van verval van de toenmalige beschaving, als een bewijs van zijn overtuiging dat een onverschillige, niet-denkende mensheid geregeerd wordt door strijd om kennis en macht ten koste van anderen, en daarmee steeds meer schuld op zich laadt. Hij trachtte als het ware begrippen als 'liefde', 'toewijding', 'medelijden', 'deelgenootschap’ en 'solidariteit' weer op de agenda krijgen, om de mensheid te stimuleren tot leven op een hoger plan.
NA DE OORLOG
Na het einde van de oorlog, in 1918 kreeg hij een baan als medisch assistent in het Burgerziekenhuis in Straatsburg. Daarnaast hervatte Schweitzer zijn oude baan als hulpprediker in de St. Nicolaikerk. In 1923 voltooide hij het boek "Cultuur en Ethiek". Reeds in 1919 werd hij door Nathan Söderblom uitgenodigd om na Pasen in 1920 op de Universiteit van Uppsala te komen spreken over cultuur en ethiek en orgelconcerten te komen geven. Dankzij die lezingen is Schweitzer in staat om zijn levensfilosofie te delen met het grote publiek. Dat publiek reageerde enthousiast op zijn verhalen en veel meer spreekbeurten in heel Europa volgden. Zijn spreekbeurten en ook orgelconcerten dienden overigens niet alleen voor het verbreiden van zijn gedachtegoed, maar ook om de nodige geldelijke middelen bijeen te brengen voor het werk in Lambaréné. Zijn eigen spaarpot had hij voor dat doel al ruimschoots aangesproken.

In 1924 keerden Schweitzer en zijn vrouw naar Lambaréné terug. Bij aankomst blijkt er niets meer over te zijn van wat hij voor de Eerste Wereldoorlog had gebouwd. Hij moet helemaal opnieuw beginnen. Van de overheid krijgt hij 75 hectare grond waarop binnen een paar jaar nieuwe barakken worden gebouwd. Het ziekenhuis groeit snel uit tot een soort dorp. Vanaf die tijd wordt hij geholpen door Europese artsen en verpleegsters. Na enige tijd kon hij dan ook naar Europa gaan wanneer hij werd uitgenodigd voor spreekbeurten of orgelconcerten. Geleidelijk kreeg zijn werk overal grote bekendheid en ook erkenning. Behalve zijn filosofische denken sprak vooral zijn werk in Afrika wereldwijd tot de verbeelding.
VAN 1939 TOT ZIJN DOOD
Van 1939 tot 1948 werd Schweitzer door de oorlogssituatie in Europa gedwongen in Lambaréné te blijven. Vanaf 1948, drie jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, kon hij weer vrij reizen, spreken en concerten geven, niet alleen in Europa, maar ook in de Verenigde Staten. Afgewisseld met zijn werk in Lambaréné is hij dit, voor zover zijn gezondheid het toeliet, blijven doen tot zijn dood in 1965. In de laatste jaren van zijn leven gaat Schweitzer weer een keer aan het studeren. Dit keer kernfysica. Hij zag het als zijn taak om de wereld te waarschuwen voor de gevolgen van de kernbewapening en kernproeven. In 1952 krijgt hij de Nobelprijs voor de vrede. Het geld besteedt hij aan de bouw van een apart dorp voor leprapatiënten, het 'Village de Lumière', dorp van het licht. Hij werd in 1954 opgenomen in de exclusieve Orde ‘Pour le Mérite’.
Schweitzer's voornaamste bijdrage aan het denken van de twintigste eeuw bestond uit zijn positieve gerichtheid op het menselijk leven. Hij waarschuwde voor alles wat de kwaliteit van het leven in de weg stond en had een diep respect voor wat de kwaliteit van leven bevorderde. 'Als gij moet kiezen tussen het leven en de dood, kies dan het leven'. Toen hij in een kano op een rivier aan het varen was, kreeg hij een visioen over radicaal kiezen voor dat leven. 'Leven is leven dat leven wil te midden van leven dat leven wil.'
Hij stierf op 4 september 1965 in Lambaréné, 90 jaar oud. In Deventer is in 1974 een bronzen standbeeld van Schweitzer onthuld van Pieter de Monchy.